Kaaskoppen

We verwijzen wel eens naar onze noorderburen met het woord “kaaskoppen”. Maar vanwaar komt deze ludieke benaming? Dat heeft alles te maken met de vaten waarin kazen vroeger gemaakt werden. Het draaien van deze wilgenhouten vaten was een vak apart. De “koppendraaier”; oftewel het gereedschap waarmee vaten destijds gedraaid werden, beschikten over een draaischijf, waarmee het uit wilgenhout in één keer een kaasvat draaide. De grootte van de stam bepaalde uiteindelijk de omvang van het vat. Daardoor waren er op de boerderijen ook kleinere vaten, die perfect dienst deden als helm. Boeren stopten er doeken in om het dragen van zo’n harde kaaskop wat te verzachten. Je kunt het al raden – sindsdien is de benaming “kaaskop” voorgoed verbonden aan de Nederlanders.

Andere blogberichten

1

Kaas, de king van de brooddoos!

Bekijk
2

Zuivel in de Schijf van Vijf

Bekijk
3

Wat geeft OudenDijk Graskaas Primeur haar unieke smaak?

Bekijk
4

Betekent een lactose-intolerantie nooit meer kaas?

Bekijk
5

Onderzoek bewijst: wijn smaakt beter met kaas!

Bekijk
6

Blije koeien, blije boeren, blije aarde!

Bekijk